Het is iedere week weer een verrassing hoeveel uur ik nú weer gekeken heb naar de diverse schermen in mijn leven. Kleine hint: steeds meer. En waar het vroeger een beetje kansloos scrollen was, gaat mijn meeste tijd tegenwoordig naar het kijken van series. Veel series. Heel veel series. Dit is geen bekentenis over mijn latente televisieverslaving: iedereen die mij dan ook maar een béétje kent weet dat kijken (en vervolgens schrijven over) televisie één van de belangrijkste en fijnste manieren is om mijn tijd door te brengen.

Maar ik begin me de laatste tijd enigszins overspannen te voelen. Niet qua werkdruk ofzo, maar door het immense aantal tv-series die er geproduceerd en gelanceerd worden en de druk die ik vervolgens aan mezelf opleg om ze ook allemaal te bekijken. Want ja, ze zijn volgens de makers, zenders en streamingdiensten toch echt allemaal een ‘must see’.

Op een bepaald moment in het afgelopen decennium is tv-kijken minder een bron van vermaak en een manier van ontspanning geworden,  maar onderdeel van FOMO: the fear of missing out. Net als dat je dat ene feestje niet mág missen, gaat die vlieger nu op voor series. Of het nu vrienden zijn die er over praten, of de stortvloed aan artikelen en social media posts die op dagelijkse basis over je heen gestort worden. Er zijn week na week namelijk weer nieuwe series die je MOET zien.

En dit gevoel is niet alleen mijn indruk, de statistieken zijn het gelukkig met me eens. In Amerika werden er in 2016 455 zogenaamde scripted programma’s uitgezonden: series dus. Daarbij zijn wel álle kanalen meegerekend, de network-zenders, premiumkanalen en streamingdiensten zoals Netflix, Hulu en Amazon. In 2017 was dat aantal al 487 series en vorig jaar bereikte het een recordhoogte van 495 series. Bijna 500 series om uit te kiezen dus. En daar gaan we weer: allemaal Must See TV. En vroeger was een serie ook écht de moeite waard om te bekijken, tegenwoordig moet je ‘m zien omdat je anders via social media wel ergens weer een spoiler naar je hoofd geslingerd krijgt. Voordat ik elke week de nieuwste Game of Thrones had gekeken, meed ik Twitter als een besmettelijke ziekte. En stond ik extreem vroeg op om zo’n beetje tegelijk met Amerika te kijken. Dat euvel is nu weer voorbij, tot de volgende seriehype that is.

‘Stel je niet zo aan Eric, je kiest er toch zelf voor?’ ik hoor het je nu denken. En dat klopt: niemand houdt een pistool tegen mijn hoofd en dwingt me om al deze series te kijken. Maar gezien het feit dat we in een ‘Gouden Tijdperk van Televisie’ leven, is het praktisch onmogelijk om met iemand te socializen zonder dat een tv-programma of serie onderwerp van gesprek zal worden. En dat is prima, fijn juist, maar gewoon eventjes aanpoten. Eigenlijk héb je niet eens tijd om met vrienden af te spreken, want je zit tóch het hele weekend te bingen om bij te blijven.

Ik heb dus maar eens besloten om de Marie Kondo-benadering toe te passen op mijn kijkgedrag. Als een serie me na één aflevering niet kan boeien of niet bijzonder tussen de rest uitspringt, zet ik ‘m af. Hoewel dat zou kunnen betekenen dat ik dingen mis die wellicht moeten groeien, het geeft ook ruimte voor andere series. Of met mijn kind naar de speeltuin gaan. Op zich óók gewoon een optie.